Ongehoorzaam
Door Nico Zwart
Ik beluisterde deze week een preek van wijlen Tim Keller. Hij haalde een prachtig voorbeeld
aan dat ik je niet wil onthouden. Maar ik waarschuw je alvast: hoewel het misschien een
voorzichtige glimlach teweegbrengt, dwingt het je uiteindelijk om over iets ongemakkelijks na
te denken.
Eerst de glimlach dan maar. Komen we later wel bij het ongemak.
Een jongetje van zes speelde graag met al zijn speelgoed in de woonkamer. Omdat ik twee
dochters van zes heb, sloeg het voorbeeld direct aan. En omdat mijn woonkamer ook
regelmatig bezaaid ligt met speelgoed, snapte ik heel goed dat de moeder in dit voorbeeld
regels had bedacht.
Voordat het jongetje op de piano mocht oefenen voor muziekles, moest eerst het speelgoed
worden opgeruimd. Het jongetje was heerlijk aan het spelen, tot ineens de klok in de kamer
sloeg.
Tegenwoordig moet je er misschien maar blij mee zijn dat je kind lekker wil spelen en niet de
hele dag achter een schermpje zit. En ja, ik ben er heel dankbaar voor dat er bij ons thuis de
hele dag wordt gespeeld.
Maar als het niet wordt opgeruimd en ik met mijn blote voeten op zo’n speelgoedje sta, ben
ik ineens ook groot voorstander van regels.
Goed.
Het jongetje hoorde de klok, keek nog eens naar de grote rotzooi in de woonkamer en ging
achter de piano zitten. Zijn moeder hoorde vanuit de gang het pianospel. Toen ze de
woonkamer binnenkwam, zag ze tot haar verbazing dat het nog steeds een grote rotzooi
was.
Ik ben zelf vaak niet eens meer verbaasd.
Ze liep naar haar zoon en confronteerde hem ermee. Het jongetje speelde oude hymnes,
stopte, draaide zich om naar zijn moeder en zei: ‘Mam, ik ben God aan het aanbidden.’
Als het voorbeeld hier was gestopt, had ik mijn les wel geleerd. Soms ben ik te streng. Ik ben
namelijk ontzettend zwart-wit. Dan zit ik zo op de regeltjes dat ik vergeet dat er belangrijkere
zaken zijn. In dit geval had ik me waarschijnlijk verheugd over het feit dat mijn kleine dochter
God op haar manier prijst. En had ik zelf het speelgoed wel opgeruimd.
Maar goed. Ik zei al: het voorbeeld zorgt voor ongemak. Tim Keller was nog niet klaar. De
moeder reageerde namelijk anders.
‘Zoon,’ zei ze, ‘je kunt God niet aanbidden terwijl je ongehoorzaam bent.’
Daar was het ongemak al. En Keller maakte het voor mij nog ongemakkelijker. Hij zei dat de
hedendaagse kerk vol zit met mensen die op zondagochtend komen om God te prijzen. Ze
steken hun handen in de lucht, lijken vol overgave en laden zich even op. Als er een oproep
wordt gedaan, gaan ze daar vol overtuiging op in.
Maar de rest van de week zijn ze ongehoorzaam. En dat gaat niet samen.
Ik ga maar eens terug naar mijn eigen binnenkamer. Kijken wat daar nog opgeruimd moet
worden.











