Pelgrims, geen klanten
Door Timo van 't Ende
‘Timo, er wordt in de gemeente te weinig gesproken over Israël en de eindtijd.’
Een andere opmerking die ik soms hoor in de wandelgangen is: ‘Timo, er is te weinig ruimte voor de Heilige Geest.’
Of: ‘Timo, waarom zingen we zo weinig oude Opwekkingsliederen?’
Of: ‘Timo, ik ben niet zo blij met de gastsprekers… maar jij bent wel goed hoor!’
De gemeente wordt gewogen en de conclusie wordt getrokken: de gemeente is te licht bevonden. De opmerkingen doen mij denken aan mijn opleiding. Tijdens het vak Sociologie lazen we Peter L. Berger, een bekende socioloog uit de twintigste eeuw die veel schreef over secularisatie. Een van zijn observaties bleef hangen: volgens Berger is het kerkelijk landschap veranderd in een marktplein. Zoals supermarkten en restaurants om klanten strijden, zo proberen kerken mensen aan zich te binden. Het woord ‘kerkshoppen’ is inmiddels algemeen bekend.
Gemeenten worden met elkaar vergeleken: Nehemia naast Filadelfia, de Ontmoeting, de christengemeente, Bethel of een andere kerk in de buurt. We vergelijken aanbidding, kinderwerk, preekstijl, of onze favoriete thema’s wel langskomen. En zonder dat we het doorhebben, wordt de vraag ‘Wat vond je van de dienst?’ een soort recensie‑moment. Preken worden gewogen, sprekers gerankt.
Vorig jaar merkte ik hoe normaal ik dit zelf was gaan vinden. Een groep Cambodjanen was bij ons op bezoek. Ik liep met Bong The door Dokkum (zij paste vroeger op mij toen ik in Cambodja opgroeide). In mijn gebrekkige Khmer vroeg ik haar wat ze vond van de preken van haar voorganger. Ze keek me verbaasd aan. ‘Timo… dat doen wij niet.’ Voor haar was het totaal niet vanzelfsprekend om preken te beoordelen of sprekers te vergelijken. Het was simpel: ‘dat doen wij niet.’
Dat moment bracht me terug naar 1 Korinthe 3. In Korinthe zei men trots: ‘Ik ben van Paulus’ of ‘Ik ben van Apollos.’ Paulus reageert scherp: ‘Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet; alleen God is belangrijk, Hij die doet groeien.’
Het gaat niet om de voorkeur voor een spreker. Niet om de stijl. Niet om het kraampje op de markt. Het gaat er niet om de gemeente te vinden die de mooiste aanbidding heeft, de mooiste lijst van sprekers heeft en of jouw lievelingsonderwerpen langskomen. Het belangrijkste is dat je kiest.
Er is een redelijke grote groep rondom de volgelingen van Jezus die niet naar een gemeente gaat maar verschillende kerken bezoekt. Wanneer je kerken gaat wegen, zal je erachter komen dat elke gemeente tekortkomingen heeft.
De Bijbel vergelijkt de kerk niet met de markt. Er komen allerlei andere beelden langs in de Bijbel. De kerk wordt vergeleken met een bruid die uitkijkt naar de bruidegom (Ef. 5). De kerk wordt vergeleken met een tempel gebouwd tot eer van God (1 Kor. 3). De kerk wordt vergeleken met een lichaam waarvan Christus het hoofd is (1 Kor. 12, Kol. 1). Gelovigen worden in de Nieuwe Testament ook vergeleken met vreemdelingen die onderweg zijn naar het beloofde land (Heb. 3-4).
We hebben broeders en zusters nodig die samen met ons onderweg zijn naar het beloofde land. We hebben elkaar nodig om ons, net als de vroege kerk, trouw te wijden aan ‘het onderricht van de apostelen, aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed.’ (Hand. 2:42) We hebben elkaar nodig. Wat we niet nodig hebben, is een of andere beroemde spreker, of een geweldige aanbiddingsband. Wat we nodig hebben zijn broeders en zusters die ons wijzen op Christus. Ik heb mijn broeder en zuster nodig die mij wijst op mijn zonden. Ik heb mijn broeder en zuster nodig die mij wijst op Gods rijke genade. Ik heb mijn broeder en zuster nodig die mij aanwijst waar het werkelijk om gaat. Zodat we uiteindelijk samen als broers en zussen mogen aanschuiven bij het grote bruiloftsfeest (Open 19:7-8).










