Kan niet wachten
Door Jesse Nutma
‘Vandaag besteld, vandaag in huis.’ Met één klik op de knop kun je ervoor zorgen dat er later op de dag een bestelbus langsrijdt met wat jij maar wilt: kleding, witgoed, een maaltijd, noem maar op. Niet over een week, niet morgen, maar vandaag. Ik wil het nu, ik krijg het nu.
De maatschappij leert ons dat alles meteen mogelijk is, dat onze behoeften instant vervuld kunnen worden. Alles naar wens van de veeleisende mens. En daarmee leert de maatschappij ons ook vakkundig af om te wachten. Neem de zelfscankassa, dé oplossing voor als de rij bij de kassa tot in de gangpaden staat. Of nou ja, heel eerlijk, zelfs als er helemaal geen rij staat en er een caissière zielig en verveeld zit te wachten op een klant, kies ik soms alsnog voor de zelfservice. Shame on me. Ik heb nog veel te leren.
De versnellende maatschappij plus mijn licht ongeduldige inborst maakt me soms gefrustreerd tegenover een God die alle tijd lijkt te hebben en te nemen. (Of die ongeduldige inborst komt doordat ik een product ben van diezelfde maatschappij, of door erfelijke genen, mag u zelf bepalen.) Meer dan eens keer ik me tot God met de vraag: Waar wacht U op?
Waar wacht U op? Ik heb nú een nieuw onderwerp voor een column nodig. Ik heb nú nieuwe energie nodig. Dit bevriende stel heeft nú herstel nodig. Andere vrienden hebben nú duidelijkheid nodig. Wij hebben nú hoop en perspectief nodig. De kerk heeft nú een nieuw, groter gebouw nodig. Ik heb nú … nodig.
U kunt toch genezen, waarom geneest U niet nú?
U kunt toch oorlogen stoppen en vrede brengen, waarom niet nú?
Maar gelukkig zijn wij God niet. Stel je eens voor, dat we volledig op onszelf waren aangewezen. Dat we alle inspiratie, kracht en kunde helemaal uit onszelf moesten halen. Dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons eigen geluk, en daarmee dus ook persoonlijk falen als dat onszelf niet lukt.
Godzijdank werkt God anders, doet Hij het op Zijn wijze manier. Op Zijn tijd. Naar Zijn wil. En ja, dat blijft soms frustrerend, omdat je de uitkomst (nog) niet ziet.
David zat ook in de wachtkamer bij God, blijkt uit Psalm 27. ‘Wacht op de Heer’, schrijft hij. Gaat dat vanzelf, dat wachten? Nee. David schrijft dat daar dapper- en vastberadenheid voor nodig zijn. En geduld, als je het mij vraagt. Heel. Veel. Geduld.
Waar wacht jij nog op?










