Voorbeeld
Door Nico Zwart
Ik heb een voorbeeld in de kerk, iemand op wie ik meer wil lijken. Misschien hebben we allemaal wel zo iemand, want bewust of onbewust zijn we voortdurend aan het vergelijken, al doen we dat vaak op de verkeerde manier.
Meestal zetten we ons namelijk tegen iemand af. Je ziet iemand het verkeerde pad inslaan en in plaats van diegene snel aan te schieten om liefdevol te behoeden, snellen we naar iemand anders om er heerlijk over te roddelen.
Ondertussen voelen we ons beter, omdat wij minder grof in de mond zijn, ons leven beter op orde hebben, trouwer de Bijbel lezen of een mooiere taak in de gemeente hebben. We spreken het niet uit, want dat betaamt een goede christen niet te doen, maar ergens denken we het wel.
Het kan bijna niet anders dan dat God meer van jou houdt dan van die ander.
Of andersom trouwens.
Je vergelijkt jezelf met iemand die verder lijkt te zijn met Jezus. Iemand die zo mooi bidt tijdens het open gebed in de kerk, of altijd de juiste woorden vindt als er een getuigenis gedeeld mag worden. Je kringgenoot die elke ochtend vroeg opstaat om stille tijd te houden, terwijl jij je wekker nog vijf keer snoozet en met moeite je stinkende nest uitkomt. Met de laatste haren en snaren ben je net op tijd.
Het kan bijna niet anders dan dat God minder van jou houdt dan van die ander.
Je snapt natuurlijk dat dit niet de manier is waarop we naar onze broers en zussen moeten kijken. Maar er zijn ook andere manieren. Iedereen bewandelt zijn eigen weg met Jezus. Matthias Deleu liet dat een tijdje geleden mooi zien met zijn cirkel.
In mijn geval ben ik reformatorisch opgevoed. Niets mis mee trouwens. Wat zeg ik; ik ervaar het als een rijke zegen. Bijbelverzen, psalmen, namen, feiten en de hele catechismus zijn er bij mij ingestampt. Hoe heilig God is, heb ik goed geleerd.
De relatie daarentegen weer wat minder. Je kunt niet alles hebben. Maar gelukkig mag je onderweg leren.
Hoe ik groot ben geworden, heeft ervoor gezorgd dat ik een bepaald vuur in mij heb, alleen zie je dat in de kerk nauwelijks terug. Zet mij in een oranje shirt voor het Nederlands elftal en ik schreeuw het behang van de muur. Mocht je ooit trouwen, dan dans ik tot de lichten aangaan op je bruiloft.
En hoewel alles in mijn lichaam erom vraagt, in de kerk beweeg ik amper. Ik juich niet en aan mijn handen hangen twee zware zakken zand, waardoor ik ze de lucht niet in krijg.
En daarom kijk ik elke zondag vol bewondering naar Klaas. Hij staat als eerste bij het zingen, z’n handen in de lucht, hij dartelt ervan. Met de meest prachtige glimlach op zijn gezicht.
Ooit …










