Jong én oud
Door Jesse Nutma
Misschien is het je weleens opgevallen: als er een gastspreker komt die onze gemeente niet heel geregeld bezoekt, verbaast diegene zich vaak positief over het aantal kinderen, tieners en jongeren in onze kerk. Het voelt voor mij zo normaal om zo’n grote groep jeugdigen om me heen te hebben, dat het bemoedigend is om van iemand van buiten te horen dat dat zo vanzelfsprekend niet is. Daar mogen we dankbaar voor zijn!
In de Bijbel wordt de jeugd niet voor niets aangemoedigd. Verschillende jongeren worden er opgeroepen om zich niet te laten weerhouden door hun jonge leeftijd. Denk aan Jeremia (‘Ik ben veel te jong!’ God: ‘Zeg niet dat je te jong bent.’), of Timoteüs, die van Paulus te horen krijgt dat niemand vanwege zijn leeftijd op hem mag neerkijken.
Die boodschap lijkt aan te slaan, ook nu nog. In vele christelijke media, podcasts en op andere plekken hoor je vaak dat er juist onder jongeren een nieuwe ‘geloofsopleving’ is, dat steeds meer Gen-Y’ers en Gen-Z’ers zich aansluiten bij kerken en christelijke events bezoeken. En aan events voor jongeren geen gebrek trouwens. Hemelvaart en Pinksteren komen er weer aan, met alle bijbehorende conferenties, en het hele jaar door kun je bijna elk weekend wel naar een aanbiddingsavond voor jongeren (of, in iets hippere, uiteraard Engelse bewoording: Youth Nights). Geweldig dat dit allemaal georganiseerd wordt; ik weet uit eigen ervaring hoe vormend dit kan zijn voor je geloofsleven.
Maar …
Ik begin me als jongere (daar schaar ik me voor het gemak even onder) wel wat zorgen te maken. Want door al dat jongerengeweld lijkt een belangrijke groep volledig onder te sneeuwen. De schouders waar de jonge generatie op mag staan. Degenen van wie de jeugd mag afkijken hoe geloof in de praktijk werkt. De ervaren krachten. De mentoren. De seniors (of senioren). De boomers. De oude(re)n van dagen.
(Ik noem trouwens met opzet geen leeftijd; je (of wellicht passender: u) voelt vaak zelf haarfijn aan tot welke groep je/u behoort.)
Gelukkig bemoedigt God niet alleen de jongeren, maar ook de oudere generatie in Zijn Woord. Mijn favoriete vers-voor-ouderen is toch wel deze, uit Spreuken: ‘Grijsheid is een sierlijke kroon, ze wordt gevonden op de weg van de gerechtigheid.’
En ook de jeugd mag die oudere generatie bemoedigen. Want het moge duidelijk zijn: we kunnen niet zonder elkaar. Jong heeft oud nodig om zich aan op te trekken, om van te leren. En oud heeft jong nodig voor nieuwe perspectieven, voor hernieuwd, kinderlijk, oprecht enthousiasme.
Wat is het mooi dat onze gemeente alle generaties vertegenwoordigd heeft. En wat zou het mooi zijn als een voorganger aan het begin van zijn preek eens zou beginnen met de constatering: wat mooi, al die jongeren én oude(re)n van dagen in de kerk!










