Nieuw leven
Door Renske Willems
Het is broedtijd om ons heen. Vanmorgen ontdekte ik nog een nest jonge merels, bijna op ooghoogte, vlakbij de hokdeur. In de nestkasten die ik in het voorjaar ophing, broeden opnieuw wilde mandarijneenden. In de rietkraag bij de vijver zit een waterhoen verscholen en een wilde eend heeft haar nest gebouwd tussen achteloos opgestapelde takken achter het houthok. In de vogelhuisjes zijn pimpelmeesjes druk in de weer. Wonderlijk hoe elke vogel zijn eigen timing lijkt te kennen.
En dan zijn er mijn Wyandotte roodporselein krielkippen. Alle drie tegelijk broeds, terwijl er maar twee legnesten zijn. Dat houdt ze niet tegen; de broeddrang is te sterk. Dus zitten twee hennen opgepropt in één nest. Wat zo mooi begon – eindelijk broedse hennen en acht eieren – werd al snel een weinig succesvolle afvalrace.
Na een week kon ik de eieren schouwen: vier waren onbevrucht. Daarna viel er een ei uit het nest, helemaal koud geworden. Van de drie overgebleven eieren raakte er één beschadigd, waarschijnlijk door het onrustige gewroet van twee hennen in een te klein nest. Het spande erom, maar de twee resterende eieren gingen mooi gelijk op. Toen de eerste barstjes verschenen, stond ik op scherp. Binnen 24 uur zou het gebeuren.
Na zes uur keek ik voorzichtig. Naast de hen lag een halfopen ei, koud en weggeschoven. Het kuiken was zichtbaar, maar gestorven tijdens het uitkomen. Ik werd er verdrietig van. De hele dag bleef het hangen. Ik veroordeelde mezelf: ik eet vlees, groeide op op een boerderij waar sterfte bij dieren erbij hoorde, en nu was ik sip om een kuiken.
Nog één ei. Alles hing ervan af. Het uitkomen vorderde langzaam en net die dag moest ik werken. Gelukkig had Joost vakantie. In mijn lunchpauze belde ik hem met het verzoek te gaan kijken. De schaal was verbrokkeld, maar het taaie vlies zat nog vast. Zonder hulp zou dit kuiken het niet redden. Telefonisch gaf ik instructies. Voorzichtig maakte Joost een stukje vlies los, niet te veel, dat zou het proces misschien verstoren waardoor het kuiken alsnog kon doodgaan.
Met die levensreddende actie van Joost in gedachten kon ik ontspannen mijn werkdag afmaken. Thuis zag ik dat er weinig was veranderd. Het kuiken piepte levendig, maar zat nog vast in het ingedroogde vlies. Ik moest helpen. Terwijl ik het vlies voorzichtig losmaakte, hield ik haan Aant scherp in de gaten zodat hij me niet kon aanvallen. Door mijn ingrijpen verliet de hen het nest, tot mijn frustratie. Straks bleef ik zitten met een levend, maar onderkoeld kuiken. Maar na afloop keerde ze terug en schoof haar kuiken weer onder zich.
Zou er dan, inmiddels 31 uur na het eerste barstje, misschien toch nog een levend kuiken komen? Ik moest mezelf bedwingen en liet de hen met rust. Toch keek ik die avond nog een keer. Daar zat het: een donzig, levendig kuiken onder de hen. Ik maakte sprongen van blijdschap door de tuin. Joost keek lachend toe en genoot van mijn buitenproportionele geluk. Samen verplaatsten we kip en kuiken naar een afgesloten bak voorzien van hennepvezel, kuikenmeel en water. Hun veilige onderkomen voor de komende weken.
Waar ik mij gisteren zo bedrukt voelde, heeft vandaag een gouden randje. Nieuw leven is kostbaar, zelfs als het “maar” een kuiken is. En als dát mij al zo raakt, hoe moet God dan wel niet kijken naar ons? Naar elk kindje dat Hij met zorg weefde. Geliefd, gekoesterd. Een uniek meesterwerk.










