Herfst

31 oktober 2025

Door Jesse Nutma


Vanaf mijn werkplek in Leeuwarden zie ik uit op een afgrijselijk lelijk industrieterrein. Het enige dat het uitzicht een beetje goedmaakt, is de boom voor ons kantoorpand. Het is geen bijzondere boom. Het is misschien wel de meest doodnormale boom die er bestaat. Wellicht is dat de reden dat die boom me nooit echt is opgevallen … Totdat mijn collega me er vandaag op wees: ‘Vergeet je niet naar de boom te kijken? Moet je al die mooie kleuren eens zien!’


Ze heeft gelijk. Steeds meer bladeren transformeren van groen naar geel naar oranje naar bruin. Een groot contrast met al die zwarte en grijze loodsen en bedrijfspanden. Telkens als ik nu naar buiten staar, zie ik de boom die me eerst nooit opviel. Ik moet er nog maar goed van genieten, want het zal niet lang meer duren, en de boom bestaat uit niet veel meer dan een saaie stam met takken. De bladeren hebben storm Benjamin getrotseerd, maar over een paar weken – of misschien zelfs wel dagen – zal de boom toch echt al haar bladeren hebben losgelaten. Terwijl ik dit schrijf, vallen er weer wat blaadjes van de boom.


De herfst is misschien wel het minst geliefde seizoen van alle seizoenen. De winter mag dan wel koud zijn, maar dat seizoen staat toch ook te boek als “gezellig”, met alle feestdagen en knusse, geromantiseerde ideaalplaatjes van een kop koffie of warme chocolademelk bij een haardvuur, terwijl buiten de sneeuw naar beneden dwarrelt (oké, dat laatste komt niet meer zo héél vaak voor).

De lente is het seizoen van bloei, van hoop, van een nieuw begin – en voor de literatuurkenners onder ons: ‘een nieuw geluid’. (Als dit laatste je niet bekend voorkomt: cultuurbarbaar! Zoek Mei van Herman Gorter maar eens op.)

De zomer is het seizoen van mooi weer, lange dagen. Van vakantie, zon, zee, zand en zwoele zomeravonden.

En de herfst? Die heeft zich de afgelopen dagen weer bewezen als een guur, grijs en grauw seizoen met regen, wind en nog meer regen. Misschien dat we daardoor júíst extra op zoek gaan naar lichtpuntjes, zoals een boom waarvan de bladeren prachtig verkleuren. Maar ook dat kalende lichtpuntje verdwijnt binnenkort. Verval, vol in het zicht.  


De herfst, en hierna de winter, de zogenoemde ‘donkere maanden’, staan ook wel bekend als periode waarin gevoelens van eenzaamheid en depressiviteit hoogtij vieren. Het wordt letterlijk en figuurlijk donkerder. Gelukkig blijft er een Lichtpunt bestaan dat nooit verwelkt.

Misschien ken je wel iemand die, nu de dagen steeds donkerder worden, wat licht kan gebruiken. Stuur eens een bemoedigend appje, een kaartje, of zoek elkaar op. Tap uit de Bron van licht, om zelf een lichtje te zijn. Dat maakt het leven een stuk lichter, voor de ander én voor jezelf.


Ik ben benieuwd hoe ik ‘mijn’ boom morgen aantref. Hopelijk mag ik nog éven van dat lichtpuntje genieten!

20 maart 2026
Door Timo van 't Ende Samuel Aklilu Mezmur. Ik weet niet hoe je zijn achternaam soepel kunt uitspreken, maar ik wil jullie toch voorstellen aan Samuel. Afgelopen weekend was ik op bezoek bij mijn schoonfamilie in België. Wanneer ik mijn schoonfamilie bezoek, probeer ik ook even de twee Nehemianen te bezoeken die op de ETF in Leuven Theologie studeren (Rudmer van der Bijl en Naomi van Delden), maar afgelopen weekend waren zij allebei in Friesland. We hadden dus tijd vrij, waardoor Lies en ik besloten een vriend van mij te bezoeken: Samuel. Ik heb met Samuel Theologie gestudeerd aan de ETF. Hij komt uit Ethiopië en heeft een grote liefde voor Gods woord. Dit blijkt ook wel uit zijn besluit om door te studeren en een doctoraat te halen. Dat houdt in dat hij de komende zes jaar, voor minder dan het minimumloon, bezig is met onderzoek naar de Bijbel. Hij onderzoekt hoe de metafoor van wortelen en ontwortelen wordt gebruikt door Jeremia, de voormalige profeten (Jozua – 2 Koningen) en door Paulus. Ik vind het heel interessant en kan wel uren met Samuel praten over de Bijbel, maar we hadden een andere gespreksonderwerp die middag. Lies en ik wilden graag zijn vrouw leren kennen. Zij was vorige week net gearriveerd in België. We hadden het zaterdagmiddag vooral over hun bruiloft in Ethiopië. Lies en ik waren uitgenodigd voor de bruiloft, maar het lukte ons niet om de reis te maken naar Ethiopië. We kregen wel een beetje FOMO toen we de foto’s zagen van de Ethiopische bruiloft (oftewel: spijt dat we niet zijn geweest). Zo’n bruiloft ziet er anders uit dan wij gewend zijn. Er worden geen papieren ondertekend in het gemeentehuis, er is geen dansfeest en geen groot feestmaal met familie en vrienden. De dag bestaat vooral uit twee dingen: foto’s maken en de kerkdienst. Dan denk je misschien dat je snel klaar bent op die dag, maar dan schat je de Ethiopiërs verkeerd in. Foto’s maken duurt al lang, maar wat nog veel langer duurt dan bij ons, is de kerkdienst.  Om je een beetje mee te nemen, lopen we de dienst even door. Het begint met een openingsgebed. Vergelijkbaar als bij ons, maar het openingsgebed duurt bijna een uur lang! Een uur lang wordt er samen gebeden. Na een paar liederen wordt de preek gehouden, die duurt ook bijna een uur. Daarna vindt het aanbiddingsblok plaats. Die duurt niet drie tot vier liedjes, zoals bij Nehemia, maar bijna drie uur lang. Het grootste kenmerk van die aanbidding, is feest. Er wordt gedanst, gejubeld en gezongen. Ze nemen de opdracht uit Psalm 95:1 heel serieus: ‘Kom laten wij jubelen voor de HEER’. Of Psalm 81:2: ‘Jubel voor God, onze sterkte, juich voor de God van Jakob’. Of Psalm 100:1: ‘Juich de Heer toe, heel de aarde’. Ze zingen het uit, want God is het waard om te bejubelen. Hij die de dood heeft overwonnen, Hij die trouw is tot in eeuwigheid, Hij die liefde is, Hij die heilig is, Hij die rechtvaardig is, Hij die machtig is, Hij die waardig is om te ontvangen alle glorie en eer. We mogen samen met de engelen blijven zingen dat Hij waardig is. Zoals het in Openbaringen 5:12 staat: ‘Met luide stem riepen ze: ‘Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’ God komt toe alle aanbidding, alle eer. Het aanbidden van God door Friezen ziet er natuurlijk anders uit dan bij Ethiopiërs. Desondanks blijft de opdracht hetzelfde: jubel en vier feest. Daar hoef je niet mee te wachten tot zondagochtend, daar kunnen we nú al mee beginnen
13 maart 2026
Door Renske Willems Het is zaterdag en de hele dag is het gezellig druk met de familie Spaeth in huis. Zoals altijd zorgen we dat het hen aan niets ontbreekt: koffiekoeken bij de koffie en een lunch die bijna feestelijk genoemd kan worden. Maar vandaag is het anders. Vandaag is het 24‑uursgebed met vasten, en dus gaan al die lekkernijen aan mij voorbij. Pas als je niets neemt, valt op hoe groot de rol van eten eigenlijk is. Hoe vanzelfsprekend het is om gastvrijheid in hapjes en schalen te gieten. Terwijl de zalm en brie langskomen, denk ik aan Jezus in de woestijn. Zijn woorden klinken ineens heel dichtbij: “Want in de Boeken staat dat eten niet het belangrijkste is, maar dat de mens ook leeft van ieder woord dat God spreekt.” (Mattheüs 4:4) Maar hoe werkt dat dan, leven van Gods woorden? Misschien is dat waarom ik samen met een groep vrouwen het Oude Testament in een jaar probeer te lezen. Als Zijn woorden dagelijks brood zijn, wil ik daar elke dag van eten. ’s Avonds stap ik de bidruimte binnen. Het kruis met de doornenkroon, de sjofar, de steen met Bijbeltekst, de namen van God aan de muur, alles ademt eerbied. De gebeden volgen elkaar op als vanzelf: voor de regering, voor het land, voor de gemeente, voor zieken. Het voelt als thuiskomen, als eenheid. Een plek waar kwetsbaarheid veilig is en waar we God vragen te voorzien in wat wij niet kunnen veranderen. Daar, in die rust, komt de spiegel van het vasten. Het dwingt me te kijken naar mijn leven. Leef ik zoals Romeinen 12:1 beschrijft? “Laat uw lichaam een levend offer zijn, heilig, zodat het een vreugde voor God is. Dat is de beste manier waarop u God kunt dienen.” En 1 Korintiërs 6:19 klinkt ook: “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest? ... U bent niet van uzelf! God heeft u tegen de allerhoogste prijs gekocht! Gebruik daarom ieder deel van uw lichaam om God eer te geven.” Ik weet waar het bij mij wringt: zelfzorg. Wanneer spanningen in de nabije kring oplopen, glijd ik ongemerkt weg in destructieve patronen. Nachten waarin ik pas om twee uur naar bed ga. Lege chipszakken, wikkels en lege verpakkingen in de prullenbak die getuigen van een snackaanval en waar ik ’s ochtends balend van wakker word. De dagen erna zit ik gevangen in het alles-of-niets denken: “Het is nu toch al mislukt, het maakt nu toch niks meer uit.” Het is een cyclus waarin schuld en schaamte elkaar voeden, en voor ik het weet ben ik een week verder en voel ik me uitgeput, lichamelijk én geestelijk. Daarom voelt dit etmaal zonder eten als een reset. Een onderbreking van een patroon waarin ik mijzelf dreig te verliezen. Want diep van binnen weet ik: mijn lichaam is een tempel van de Heilige Geest. Ik ben gekocht, geliefd, kostbaar. En dus mag mijn lichaam zorg, rust en goede keuzes ontvangen. Niet uit egoïsme, maar uit rentmeesterschap. Als een vorm van aanbidding. Daarom bid ik om kracht. Om wijsheid en zelfbeheersing. Om hulp, zo te kunnen leven zoals God het bedoeld heeft, elke dag opnieuw.
6 maart 2026
Door Jesse Nutma ‘Vandaag besteld, vandaag in huis.’ Met één klik op de knop kun je ervoor zorgen dat er later op de dag een bestelbus langsrijdt met wat jij maar wilt: kleding, witgoed, een maaltijd, noem maar op. Niet over een week, niet morgen, maar vandaag. Ik wil het nu, ik krijg het nu. De maatschappij leert ons dat alles meteen mogelijk is, dat onze behoeften instant vervuld kunnen worden. Alles naar wens van de veeleisende mens. En daarmee leert de maatschappij ons ook vakkundig af om te wachten. Neem de zelfscankassa, dé oplossing voor als de rij bij de kassa tot in de gangpaden staat. Of nou ja, heel eerlijk, zelfs als er helemaal geen rij staat en er een caissière zielig en verveeld zit te wachten op een klant, kies ik soms alsnog voor de zelfservice. Shame on me. Ik heb nog veel te leren. De versnellende maatschappij plus mijn licht ongeduldige inborst maakt me soms gefrustreerd tegenover een God die alle tijd lijkt te hebben en te nemen. (Of die ongeduldige inborst komt doordat ik een product ben van diezelfde maatschappij, of door erfelijke genen, mag u zelf bepalen.) Meer dan eens keer ik me tot God met de vraag: Waar wacht U op? Waar wacht U op? Ik heb nú een nieuw onderwerp voor een column nodig. Ik heb nú nieuwe energie nodig. Dit bevriende stel heeft nú herstel nodig. Andere vrienden hebben nú duidelijkheid nodig. Wij hebben nú hoop en perspectief nodig. De kerk heeft nú een nieuw, groter gebouw nodig. Ik heb nú … nodig. U kunt toch genezen, waarom geneest U niet nú? U kunt toch oorlogen stoppen en vrede brengen, waarom niet nú? Maar gelukkig zijn wij God niet. Stel je eens voor, dat we volledig op onszelf waren aangewezen. Dat we alle inspiratie, kracht en kunde helemaal uit onszelf moesten halen. Dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons eigen geluk, en daarmee dus ook persoonlijk falen als dat onszelf niet lukt. Godzijdank werkt God anders, doet Hij het op Zijn wijze manier. Op Zijn tijd. Naar Zijn wil. En ja, dat blijft soms frustrerend, omdat je de uitkomst (nog) niet ziet. David zat ook in de wachtkamer bij God, blijkt uit Psalm 27. ‘Wacht op de Heer’, schrijft hij. Gaat dat vanzelf, dat wachten? Nee. David schrijft dat daar dapper- en vastberadenheid voor nodig zijn. En geduld, als je het mij vraagt. Heel. Veel. Geduld. Waar wacht jij nog op?
27 februari 2026
Door Daniëlle Groen Toen ik ruim een jaar geleden tot geloof mocht komen, voelde het alsof er een nieuw leven begon. Ik voelde me letterlijk opnieuw geboren: kwetsbaar, afhankelijk, klein. Ik kan me helaas niet herinneren hoe het is om een baby te zijn, maar ik denk dat het er aardig bij in de buurt kwam. Voor mijn bekering leefde ik vooral vanuit de rollen en verwachtingen die ik dacht te moeten dragen. Ik dacht altijd dat ik mezelf moest vinden, dat ik ergens diep vanbinnen een soort ‘echte ik’ zou ontdekken. Maar sinds ik Jezus heb aangenomen, merk ik dat mijn ware identiteit niet in mijzelf ligt, maar in Hem. Pas als kind van God kom ik écht thuis. Hoe bijzonder is het om God als Vader te mogen leren kennen. Een vader hebben waar je op kunt rekenen is geen vanzelfsprekendheid; niet iedereen groeit op in een veilig nest waar je volledig kind kunt zijn. Misschien herken jij dat ook wel. We dragen allemaal gebrokenheid in en met ons mee in deze wereld. Volgens de Nederlandse wet ben ik volwassen, maar ik voel me meer kind dan ooit. Waarom? Omdat ik nu mijn échte Vader mag kennen. En dat mag ik alleen zijn dankzij Jezus Christus. Door Zijn offer ben ik verzoend met God. Hij heeft de weg geopend naar de Vader. Niet omdat ik het verdien, maar omdat Hij genadig is. Door Jezus ben ik aangenomen als kind van God, en dat geeft een diepe rust. Ik mag alles met mijn Vader delen, Hem overal bij betrekken, wetende dat Hij niet moe wordt van mij en niet denkt: daar is ze weer . Wat een cadeau om alles te mogen overgeven aan Hem, wetende dat Hij alles in Zijn hand heeft. Betekent dat dan dat ik maar kan doen wat ik wil? De Bijbel laat zien dat het zo niet werkt, en je zult vast ook wel herkennen dat je vanuit de relatie bepaalde dingen ook niet meer wílt doen. God is liefdevol en geduldig, maar Hij is ook heilig en rechtvaardig. Hij verlangt naar onze gehoorzaamheid. En hoe meer ik Hem leer kennen, hoe meer ik Hem wíl gehoorzamen – niet uit angst, maar uit liefde. Ik wil zoeken naar Zijn wil en die volgen, omdat Hij mij eerst heeft liefgehad. We leven vaak vanuit de rollen of labels die anderen ons geven of die we onszelf opleggen. Moeder, vader, dochter, zoon, collega, vriend, vriendin, juf, meester, dominee, kinderwerker, oudste, mantelzorger, werknemer, baas, buurman, buurvrouw … Of misschien wel persoonlijkheidsrollen, aangeleerd of als overlevingsmechanisme: de bemiddelaar, de helper, de clown, de rebel, de regelaar. We zijn van alles in dit leven. Maar laten we – hoe lang we ook in dit aardse lichaam wonen of hoe volwassen we ook zijn – nooit vergeten wat het belangrijkste is dat we mogen zijn: opnieuw geboren kinderen van de Allerhoogste
20 februari 2026
Door Nico Zwart Johannes 17 vers 14, is jullie waarschijnlijk allemaal bekend. En toch schrijf ik ’m even uit, voor degenen voor wie de Bijbelkennis net als mij weleens wat beter kan: Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. In de kerk waarin ik opgroeide, betekende deze tekst vooral dat je veel plekken moest vermijden. De kroeg. De discotheek. Festivals. Bioscopen en theaters. Maar ook buurtborrels, de plaatselijke voetbalclub, sportwedstrijden. En ga zo maar door. Zelfs andere kerken waren verboden terrein, want daar was de wereld ook langzaam naar binnen geslopen. Streng zeg, denk je misschien. En toch … Nee, wacht. Ik wacht nog even met streng zijn. Tegenwoordig denk ik er namelijk iets anders over. Het is prachtig om zondag eensgezind verenigd te zijn, te midden van onze veilige kerkmuren. Om opgebouwd te worden, aangevuurd of soms gecorrigeerd. En daarna? Dan mogen we onze vleugels weer uitslaan. Met beide benen in de samenleving. Of misschien beter gezegd: met je poten in de modder. Want laten we wel wezen: buiten is het een bende. Het is vies en goor en soms lijkt die modder wel een moeras, waarin je maar moeilijk staande blijft. Nou, Nico. Dat valt wel mee joh. Zo moeilijk heb ik het niet. Oh? Vanaf hier begint het strenge gedeelte. Zou het kunnen dat de wereld jou niet haat? En zou dat misschien komen omdat je nauwelijks van haar te onderscheiden bent? Ik geloof oprecht dat christenen midden in de samenleving horen te staan. Op je werk. Op het sportveld. In de muziek. In het theater. In de supermarkt. In de buurtvereniging. Maar … Wel als volgeling van Jezus. En dat laatste betekent nogal wat. Dan lach je niet mee om seksistische grappen op de werkvloer. Dan roddel je niet mee, hoe lekker dat ook voelt. Dan ken je je grenzen tijdens de borrel. Dan spreek je met respect over politici, je baas of je voorganger. Sterker nog. Jij bent degene die niet alleen ander gedrag laat zien, maar je corrigeert de ander ook in liefde. Ja, dat laatste is lastig, maar het kan niet anders dan dat je dat doet. Waarom? Omdat jij gelooft dat je gered bent door het offer van Jezus. Omdat God jou het waard vond Zijn Zoon te geven. En omdat je Hem wilt volgen. En dat zal de wereld weten ook. Mensen merken het. Ze horen het. Ze voelen het. Ze ruiken je al van verre aankomen. En nee, niet omdat je stinkt, maar omdat je de geur van Christus met je meedraagt. En daarom zul je soms gehaat worden. Dus kom op. Niet morgen. Niet als het beter uitkomt. Vandaag.  Want de wereld heeft geen behoefte aan nog meer mensen die op haar lijken. Ze heeft mensen nodig die ruiken naar Christus.
13 februari 2026
Door Tikva Smid - van der Mark Januari en februari vind ik altijd de ergste maanden van het jaar. De feestdagen zijn voorbij, maar de dagen zijn nog steeds guur, donker en koud. Er hangt geen blad meer aan de bomen, de natuur ziet er dood en troosteloos uit. Ik wéét dat de zomer weer gaat komen, maar het lijkt nog zo eindeloos lang te duren en ik heb het nú nodig! Dat is gelukkig ook de tijd dat er ineens overal krokusjes omhoog ploppen. Als een stille, kleurrijke belofte dat het voorjaar echt weer gaat komen, ook al lijkt het er nog lang niet op. We zagen ze het hele jaar niet, maar ze waren er altijd al. Onder de grond en onder het gras, daar waar we het niet konden zien, werd al maanden heel hard gewerkt aan een nieuw krokusje. Om boven te ploppen, niet in de zomer, wanneer alles bloeit, maar juist wanneer alles dood en troosteloos lijkt en we het zo ontzettend hard nodig hebben. Ik heb mogen ervaren dat God in mijn leven net zo werkt. Op momenten dat het leven er guur en troosteloos uitziet, stuurt hij ook zijn zegeningen. Als kleine krokusjes ploppen ze op in mijn leven en maken het net iets kleurrijker. Een stille belofte dat er echt weer betere tijden komen. Het herinnert mij eraan dat hij er altijd al was. Misschien diep onder de grond, daar waar ik het niet kan zien, werkt hij hard aan dingen waar ik geen weet van heb. Het geeft mij het vertrouwen dat het voorjaar weer gaat komen. Niet wanneer ik het wil, maar op zijn tijd. En in de tussentijd geeft hij ons krokusjes.
5 februari 2026
Door Matthias Kuiterman We gaan terug naar het jaar 2008. De schooldag is voorbij en de dan 10-jarige Matthias fietst vanaf zijn basisschool net buiten het Overijsselse dorp Dalfsen terug naar huis. Ik ben nog maar net onderweg wanneer twee klasgenootjes het fietspad blokkeren en mij tegenhouden. Wat volgt had ik niet voor mogelijk gehouden: beide jongens spugen mij meermaals in het gezicht. Het bovenstaande is iets wat ik niemand toewens. Het is zo diep vernederend dat je voelt dat je in je waardigheid bent aangetast. Deze periode op de basisschool waarin pesten vaak centraal heeft gestaan en de school helaas niet daadkrachtig optrad heeft mij littekens bezorgd die ik tot op de dag van vandaag met mij meedraag. Fast forward naar 2022: ik verhuis vanuit de omgeving van Dalfsen naar Kollum. Mijn sociale leven laat ik in Overijssel achter en moet ik hier weer zien op te bouwen. En hoe kan je dat beter doen dan via de kerk? Na een zoektocht kwam ik bij Nehemia terecht. Hier trof ik een mooie groep mensen van mijn eigen leeftijd. Maar de littekens van vroeger speelden mij parten. Ik vond het lastig om mijzelf open te stellen, om mijn kwetsbare kant te laten zien. Het heeft mij dan ook flink wat tijd gekost om hierin stappen te zetten. Maar wat ben ik blij dat ik uiteindelijk, ondanks de littekens uit het verleden, een stap naar voren heb gezet. Het heeft geresulteerd in nieuwe, hechte vriendschappen. Vrienden die er voor je zijn in de mooie momenten, maar juist ook wanneer het tegenzit. Het is iets waar ik hen, maar bovenal God dankbaar voor ben. Deze vrienden zijn mij heel dierbaar. Maar er is maar één Vriend die mij door en door kent. Die bereid was aan jou en mij gelijk te worden. Die eeuwen geleden al iets soortgelijks meemaakte als wat ik in 2008 heb meegemaakt. En zo zullen we allemaal onze eigen herkenningspunten in het leven van Jezus zien. Wat ben ik dankbaar dat er een God is die er niet voor koos om op afstand te blijven, maar bereid was om dicht bij ons te komen. Een God die ten diepste begrijpt wat wij meemaken en hoe het leven ons kan tekenen. Mensen kunnen ons soms teleurstellen en in de steek laten, maar deze Vriend is trouw tot in eeuwigheid. Soli Deo gloria! ‘Als soms vrienden ons verlaten, gaan wij biddend tot de Heer. In Zijn armen zijn wij veilig, Hij verlaat ons nimmermeer.’ - Lied ‘Welk een vriend is onze Jezus’
29 januari 2026
Door Timo van 't Ende Vanochtend werd ik wakker, en ik vond dat de wekker te vroeg was afgegaan. Gelukkig had Lies dezelfde mening. Dus snoozen dan maar, en dan na een paar minuten nog een keer snoozen. Mijn voornemen om elke ochtend tijd te nemen voor het lezen van de Bijbel en voor gebed is soms heel lastig. Lang genoeg snoozen zorgt voor tijdsnood, waardoor Lies en ik soms snel moeten handelen. Snel omkleden, snel ontbijten, snel vertrekken naar onze afspraken en te midden van al die haast is er een ding gesneuveld… Mijn belangrijkste afspraak van de dag: tijd doorbrengen met God. Stille tijd is zo belangrijk, de tijd doorbrengen met onze Vader, maar zo snel kan deze tijd het onderspit delven voor andere afspraken. We weten allemaal wel dat goede gewoontes zoals bijbellezen, bidden of echt tijd nemen voor een gesprek belangrijk zijn, maar zo vaak gaat het mis. Zo vaak komen we niet toe aan bijbellezen of zijn we tijdens gesprekken met onze echtgenoot of vriend meer bezig met de volgende afspraak dan met de persoon die voor onze neus staat. We zijn bezig met onze taken en gaan haastend door het leven. We vergeten om stil te staan. Dit deed me denken aan de ethische avond van afgelopen zondag over echtscheiding. Ik heb het nog even opgezocht, maar elk jaar eindigen in Nederland ongeveer 25 duizend huwelijken in echtscheiding. 25 duizend! Ik vind dat echt veel. Een aantal dingen vind ik bijzonder aan deze tendens. Ten eerste dat niemand aan zijn of haar huwelijk begint met de intentie om te gaan scheiden. Ten tweede dat iedereen hoogmoedig genoeg is om te denken dat het niet zou gebeuren in zijn of haar eigen huwelijk. De terugkerende vraag op zondagavond: hoe kunnen wij voorkomen dat ons huwelijk of de huwelijken van mensen om ons heen niet eindigen in een echtscheiding? Een echtscheiding begint, zoals een huisbrand, klein. Eerst is er een klein vlammetje en als je niet oplet staat op een gegeven moment je hele huis in de fik. Hetzelfde geldt voor ons huwelijk: de problemen beginnen klein. Het begint met een dag langs elkaar heen lopen. Het gaat verder met dagen waarbij alleen het noodzakelijke samen wordt besproken. Het gaat steeds verder, totdat je erachter komt of beseft dat je met een vreemde in een huis woont. Het begint klein maar de gevolgen zijn groot. Mijn voorstel is dus om net als met je auto, een APK in te plannen. Ga een keer samen naar een huwelijkscursus. Neem de tijd om écht met elkaar te praten. Doe iets leuks samen, iets wat niet noodzakelijk is. Wees open over de mooie dingen en de uitdagingen van je huwelijk bij je huiskring. Maak het bespreekbaar. Een huis in brand wordt lastig om te blussen, maar een vuurtje kunnen we samen blussen!
22 januari 2026
Door Renske Willems ‘Abba Vader, voor U is alles mogelijk.’ – Marcus 14:36 Nog voordat ik de tekst kan noteren, gaat Herman Boon alweer verder. Het tempo ligt hoog, en ik moet opnieuw even bij Alice spieken voor het bijbehorende Bijbelvers. We zitten met z’n drieën op een rijtje: Sheila, Alice en ik. De bidden-en-vastenconferentie van Herman Boon Ministries wordt dit keer gehouden in Amersfoort. Met 650 mensen vasten we een week lang, en de dagen vullen zich met aanbidding en onderwijs.  Op dag twee krijgen we les over gebed. Herman spoort ons aan om elke dag minimaal één uur met God door te brengen in Bijbelstudie en gebed. Hij verwijst naar Jezus, die Zijn leerlingen vroeg om wakker te blijven terwijl Hij bad. Toen ze in slaap vielen, sprak Jezus Petrus aan met zijn oude naam – een verwijzing naar zijn oude natuur: ‘Simon, slaap je? Kon je niet eens één uur wakker blijven?’ Het herinnert ons eraan hoe gemakkelijk we in oud gedrag terugvallen. Juist daarom moeten we geestelijk wakker blijven. Bidden beschermt tegen verleiding en geeft kracht. Herman benadrukt dat een krachtig gebedsleven oefening vergt: dagelijks kiezen om af te rekenen met onze eigen wil en de Heilige Geest de ruimte te geven. Maar God geeft geweldige beloften: ‘Bid, en je zult krijgen’ (Matteüs 7:7); ‘Wat je vraagt in Mijn naam, zal Ik doen’ (Johannes 14:13); ‘Vertel in gebed aan God wat je nodig hebt’ (Filippenzen 4:6). Vol enthousiasme moedigt Herman ons aan gebeden op te schrijven, zodat zichtbaar wordt waar God heeft geantwoord. ‘Als je dit doet, groeit je geloof als een speer!’, aldus Herman. Hij vervolgt: ‘Waarom maken we geen wonderen mee? Omdat we niet bidden! Bid voor alles. Voor een vastgevroren autodeur, een kapot apparaat, een cadeau dat je nog moet kopen. Niets is onmogelijk voor God, maar je moet het wél vragen.’ Hij haalt Jakobus 4:2 aan: ‘U krijgt niets omdat u niet bidt.’ We moeten ons geloof laten zien door op deze beloften te gaan staan. Op de laatste dag van de conferentie, geldt code oranje vanwege stuifsneeuw, gladheid en slecht zicht. Ondanks Hermans advies om niet eerder te vertrekken – ‘Eerder weggaan is heel dom, het is de mooiste dag!’ – kiezen we toch voor veiligheid. We willen vóór het donker thuis zijn en de spits vermijden. Want … had Herman ons ook niet geleerd te luisteren naar innerlijke waarschuwingen (Handelingen 27)? En, niet onbelangrijk, Joost had duidelijk aangegeven dat vroeg vertrekken verstandig was. De terugreis verloopt gelukkig voorspoedig. Als ik de Willemstrjitte oprijd, opgelucht omdat Sheila en Alice veilig thuis zijn en ik mijn huis al kan zien, stuur ik iets naar rechts om een passerende auto ruimte te geven. En dan gebeurt het. Ik zit vast. Muurvast. Beide rechterwielen zakken in de modder. Aangemoedigd door de gebedslessen spreek ik mijn auto toe: ‘In Jezus’ naam: rij!’ Maar hoe vaak ik het ook herhaal – vooruit, achteruit, vooruit, achteruit – er gebeurt niets. Het gat wordt alleen maar dieper. Gelukkig is Joost vlakbij. God heeft mij tenslotte een man gegeven om mij te helpen. Wat een zegen! Joost komt met planken, een buurman sluit aan. Ondanks alle pogingen komt er geen beweging in de auto. Teleurgesteld kijk ik toe. Wat een deceptie. Op het moment dat ik de moed begin te verliezen, zie ik Joost naar iets zwaaien buiten mijn gezichtsveld. Dan draait een grote kraan de Willemstrjitte op. Wat een “toeval” dat die kraan daar precies op dat moment langsrijdt. Binnen een mum van tijd sta ik met vier wielen weer op de weg. Geloof betekent óók: niet zelf de oplossing verzinnen, maar vertrouwen dat God het op Zijn manier oplost.
16 januari 2026
Door Jesse Nutma De mensheid heeft laten zien tot veel in staat te zijn. Er zijn in het verleden geniale uitvindingen gedaan, waardoor we nu met elkaar kunnen bellen, waardoor we naar de andere kant van de wereld kunnen vliegen, waardoor mensen zoals ik ondanks een visuele beperking scherp kunnen zien en waardoor jij deze column vanaf een scherm(pje) kunt lezen. Toch blijkt de mens niet tot álles in staat, zo maakte de winterse neerslag van de afgelopen tijd duidelijk. Met man en macht werd er gestrooid, gegleden, geschoven, ge-de-iced en geschrabd, maar de sneeuw en het ijs kwamen zonneklaar als winnaar uit de strijd. Wegen onbegaanbaar, voetgangers onderuit, wisselstoringen op het spoor, auto’s die in de berm belandden, vliegtuigen die aan de grond bleven staan. We kunnen zoveel uitvinden, zoveel man- en vrouwkracht inzetten, maar uiteindelijk zijn we in onszelf maar nietige wezens. Een laagje sneeuw, en de hele zorgvuldig opgebouwde maatschappij is een paar dagen totaal ontwricht. De sneeuw maakte ons mensen nederig. Die nederigheid is ons als christenen (als het goed is) niet geheel vreemd. Wij hadden de wetenschap al dat we het niet zelf kúnnen doen. Wij geloven in een God die altijd machtiger is dan mensen. Daar hebben wij geen code geel, oranje of rood voor nodig. God heeft de schepping en natuur in zijn hand. En God kan ons laten genieten van die schepping. Want wat gaf het fraaie plaatjes, die práchtige witte wereld. En wat bracht het (naast alle ongemakken) ook veel moois: kinderen die (voor het eerst, want hoe lang was dit geleden?!) van steile witte heuvels konden sleeën, buren die elkaars stoep schoonschoven, mensen die op hun werk sliepen zodat de zorg ook in barre omstandigheden kan doorgaan. Het winterse weer gaf gelegenheid voor mooie verhalen. Dat de dooi nu weer is ingetreden, betekent trouwens niet dat de mooie verhalen hoeven te stoppen. Daarvoor blijft God altijd gelegenheid geven. Je hoeft er alleen maar je ogen voor te openen en om je heen te kijken.