Bid voor alles
Door Renske Willems
‘Abba Vader, voor U is alles mogelijk.’ – Marcus 14:36
Nog voordat ik de tekst kan noteren, gaat Herman Boon alweer verder. Het tempo ligt hoog, en ik moet opnieuw even bij Alice spieken voor het bijbehorende Bijbelvers. We zitten met z’n drieën op een rijtje: Sheila, Alice en ik. De bidden-en-vastenconferentie van Herman Boon Ministries wordt dit keer gehouden in Amersfoort. Met 650 mensen vasten we een week lang, en de dagen vullen zich met aanbidding en onderwijs.
Op dag twee krijgen we les over gebed. Herman spoort ons aan om elke dag minimaal één uur met God door te brengen in Bijbelstudie en gebed. Hij verwijst naar Jezus, die Zijn leerlingen vroeg om wakker te blijven terwijl Hij bad. Toen ze in slaap vielen, sprak Jezus Petrus aan met zijn oude naam – een verwijzing naar zijn oude natuur: ‘Simon, slaap je? Kon je niet eens één uur wakker blijven?’
Het herinnert ons eraan hoe gemakkelijk we in oud gedrag terugvallen. Juist daarom moeten we geestelijk wakker blijven. Bidden beschermt tegen verleiding en geeft kracht. Herman benadrukt dat een krachtig gebedsleven oefening vergt: dagelijks kiezen om af te rekenen met onze eigen wil en de Heilige Geest de ruimte te geven. Maar God geeft geweldige beloften:
- ‘Bid, en je zult krijgen’ (Matteüs 7:7);
- ‘Wat je vraagt in Mijn naam, zal Ik doen’ (Johannes 14:13);
- ‘Vertel in gebed aan God wat je nodig hebt’ (Filippenzen 4:6).
Vol enthousiasme moedigt Herman ons aan gebeden op te schrijven, zodat zichtbaar wordt waar God heeft geantwoord. ‘Als je dit doet, groeit je geloof als een speer!’, aldus Herman.
Hij vervolgt: ‘Waarom maken we geen wonderen mee? Omdat we niet bidden! Bid voor alles. Voor een vastgevroren autodeur, een kapot apparaat, een cadeau dat je nog moet kopen. Niets is onmogelijk voor God, maar je moet het wél vragen.’ Hij haalt Jakobus 4:2 aan: ‘U krijgt niets omdat u niet bidt.’ We moeten ons geloof laten zien door op deze beloften te gaan staan.
Op de laatste dag van de conferentie, geldt code oranje vanwege stuifsneeuw, gladheid en slecht zicht. Ondanks Hermans advies om niet eerder te vertrekken – ‘Eerder weggaan is heel dom, het is de mooiste dag!’ – kiezen we toch voor veiligheid. We willen vóór het donker thuis zijn en de spits vermijden. Want … had Herman ons ook niet geleerd te luisteren naar innerlijke waarschuwingen (Handelingen 27)? En, niet onbelangrijk, Joost had duidelijk aangegeven dat vroeg vertrekken verstandig was.
De terugreis verloopt gelukkig voorspoedig. Als ik de Willemstrjitte oprijd, opgelucht omdat Sheila en Alice veilig thuis zijn en ik mijn huis al kan zien, stuur ik iets naar rechts om een passerende auto ruimte te geven. En dan gebeurt het. Ik zit vast. Muurvast. Beide rechterwielen zakken in de modder.
Aangemoedigd door de gebedslessen spreek ik mijn auto toe: ‘In Jezus’ naam: rij!’ Maar hoe vaak ik het ook herhaal – vooruit, achteruit, vooruit, achteruit – er gebeurt niets. Het gat wordt alleen maar dieper.
Gelukkig is Joost vlakbij. God heeft mij tenslotte een man gegeven om mij te helpen. Wat een zegen! Joost komt met planken, een buurman sluit aan. Ondanks alle pogingen komt er geen beweging in de auto.
Teleurgesteld kijk ik toe. Wat een deceptie. Op het moment dat ik de moed begin te verliezen, zie ik Joost naar iets zwaaien buiten mijn gezichtsveld. Dan draait een grote kraan de Willemstrjitte op. Wat een “toeval” dat die kraan daar precies op dat moment langsrijdt. Binnen een mum van tijd sta ik met vier wielen weer op de weg.
Geloof betekent óók: niet zelf de oplossing verzinnen, maar vertrouwen dat God het op Zijn manier oplost.










