Winterwonderland
Door Jesse Nutma
De mensheid heeft laten zien tot veel in staat te zijn. Er zijn in het verleden geniale uitvindingen gedaan, waardoor we nu met elkaar kunnen bellen, waardoor we naar de andere kant van de wereld kunnen vliegen, waardoor mensen zoals ik ondanks een visuele beperking scherp kunnen zien en waardoor jij deze column vanaf een scherm(pje) kunt lezen.
Toch blijkt de mens niet tot álles in staat, zo maakte de winterse neerslag van de afgelopen tijd duidelijk. Met man en macht werd er gestrooid, gegleden, geschoven, ge-de-iced en geschrabd, maar de sneeuw en het ijs kwamen zonneklaar als winnaar uit de strijd. Wegen onbegaanbaar, voetgangers onderuit, wisselstoringen op het spoor, auto’s die in de berm belandden, vliegtuigen die aan de grond bleven staan.
We kunnen zoveel uitvinden, zoveel man- en vrouwkracht inzetten, maar uiteindelijk zijn we in onszelf maar nietige wezens. Een laagje sneeuw, en de hele zorgvuldig opgebouwde maatschappij is een paar dagen totaal ontwricht.
De sneeuw maakte ons mensen nederig. Die nederigheid is ons als christenen (als het goed is) niet geheel vreemd. Wij hadden de wetenschap al dat we het niet zelf kúnnen doen. Wij geloven in een God die altijd machtiger is dan mensen. Daar hebben wij geen code geel, oranje of rood voor nodig.
God heeft de schepping en natuur in zijn hand. En God kan ons laten genieten van die schepping. Want wat gaf het fraaie plaatjes, die práchtige witte wereld. En wat bracht het (naast alle ongemakken) ook veel moois: kinderen die (voor het eerst, want hoe lang was dit geleden?!) van steile witte heuvels konden sleeën, buren die elkaars stoep schoonschoven, mensen die op hun werk sliepen zodat de zorg ook in barre omstandigheden kan doorgaan. Het winterse weer gaf gelegenheid voor mooie verhalen.
Dat de dooi nu weer is ingetreden, betekent trouwens niet dat de mooie verhalen hoeven te stoppen. Daarvoor blijft God altijd gelegenheid geven. Je hoeft er alleen maar je ogen voor te openen en om je heen te kijken.










