De toorn van God
Door Timo van 't Ende
De toorn van God, zonde en oordeel. Het zijn woorden die we ongemakkelijk vinden, maar die wel een belangrijk onderdeel zijn van de Bijbel. Rienold Niebuhr, een Amerikaanse theoloog uit de vorige eeuw, waarschuwde de Amerikaanse kerk in 1959 voor het geval dat die drie woorden zouden verdwijnen. “Een God zonder toorn bracht mensen zonder zonde in een koninkrijk zonder oordeel door het werk van
Christus zonder een kruis.”
Het laat zien dat we de rijkdom van woorden zoals toorn, zonde en oordeel niet moeten vergeten. Toch vinden wij – ook ik – het ongemakkelijk om het erover te hebben. Ik denk dat dit er waarschijnlijk voor heeft gezorgd dat, toen ik tijdens mijn stille tijd bij het bijbelboek Klaagliederen kwam, ik dat bijbelboek eigenlijk niet zo goed kende. Het bijbelboek gaat vooral over de toorn van God over het volk Israël.
Tijdens het lezen raakte ik verwonderd over Klaagliederen en heb ik twee belangrijke lessen geleerd over de toorn van God.
Voordat ik dat ga delen, eerst nog kort over Klaagliederen. Het bijbelboek bestaat uit vijf Hebreeuwse gedichten. Leuk weetje: bij vier van de vijf gedichten begint elke vers met de volgende letter van de Hebreeuwse alfabet. Klaagliederen is waarschijnlijk geschreven door Jeremia, net na de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs.”
Nu terug naar de toorn van God. Het eerste wat ik leerde is dat de toorn van God geen karaktereigenschap van God is. God is niet toornig.
Er zijn in het Hebreeuws verschillende woorden voor toorn. De mooiste vind ik ap (אַפֹּ֑). Het woord komt 10 keer voor in Klaagliederen. Het betekent letterlijk ‘neusgaten’. Hebreeuws is soms een best wel beeldende taal. Bij het woord toorn – bij mensen of bij God – komt het beeld naar voren van iemand die tijdens zijn of haar boosheid door z’n neusgaten briest.
Het is geen eigenschap van God, want wanneer God voor Mozes verschijnt in Exodus 34, zegt God een aantal dingen over wie Hij is. In Exodus 34:6b: “HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw.” Bij het woord geduldig staat er letterlijk in het Hebreeuws: lang van neusgaten (ap). Oftewel: een eigenschap van God is dat het lang duurt voordat Hij in toorn uitsteekt.
Dat komt ook terug in Klaagliederen, waar er staat: “slechts met tegenzin brengt Hij leed en rampspoed over de mensen.” (Klaagliederen 3:33)
Terwijl het bijbelboek erg beeldend is over de toorn van God over het volk, zijn de kernverzen van Klaagliederen te vinden in de tweede deel van Klaagliederen 3. Het lijkt alsof God het volk en Jeremia in de steek heeft gelaten. Hij vraagt zich af of er nog hoop is. Maar dan komt het keerpunt in Klaagliederen 3:21: “Toch geef ik de hoop niet op: want hieraan houd ik vast.” Waar houdt Jeremia dan aan vast? “De HEER bewijst zijn liefde: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen einde. Elke morgen schenkt Hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw!” (v. 22-23) Zelfs in
een van de dieptepunt van de geschiedenis van Israël zegt Jeremia: “Elke morgen schenkt Hij nieuwe weldaden. Zijn trouw en liefde houden niet op.
Toen ik dit vers ontdekte, ben ik in de dagen daarna met iets meer enthousiasme opgestaan uit bed. Ik stond op met dit vers in mijn gedachten. Ook vandaag schenkt Hij nieuwe weldaden. En de volgende ochtend… ook vandaag schenkt Hij zijn liefde en trouw! Het gaat maar door.
Wat ik ook over de toorn van God leerde, is dat het iets zegt over ons als mensen.
Wij zijn erg slecht in bekering. We vinden het moeilijk om onze eigen zonde onder ogen te zien. Het liefst vluchten we weg of geven we anderen de schuld. Dat geldt ook voor het volk ten tijde van Jeremia. In Klaagliederen 3:39-40 staat: “Wat klaagt een mens zolang hij nog leeft? Laat hij klagen over zijn zonden! Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER”.
We vinden het makkelijk om te klagen over een bepaalde situatie of over mensen, maar zoals in Klaagliederen 3:40, klagen over je eigen zonden, is iets wat we niet snel doen. We hoeven niet bang te zijn om onze eigen zonden onder ogen te zien, omdat we weten dat onze Heer juist zondaars verwelkomt aan Zijn tafel.
Ik wilde daarom eindigen met een oud hymne van Josiah Conter, die dit jaar in een nieuw jasje is gestoken door Indelible Grace Music, genaamd All ye weary and distressed. Het lied begint zo:
“Welcome, welcome, sinner, hear, Hang not back through shame or fear; Doubt not
nor distrust the call, Mercy is proclaimed to all.”











